zondag 19 mei 2013

Ceci n'est pas un journal de journalistes remplis de merde

Even een denkoefening.
Stel je voor dat er een magazine bestond speciaal afgestemd op het niche van de Vlaamse journalist. (Als ik magazine zeg, bedoel ik zo'n ledenblaadje. Met een te krakkemikkig design om professioneel te zijn, maar te pretentieus om oprechte nederigheid uit te stralen.)
Wat zou er dan in zo'n ledenboekje kunnen staan?
(Geen paniek, dit is maar een denkoefening. Er is in dit huidige klimaat helemaal geen geld om een publicatie op de markt te brengen afgestemd op zo'n piepklein segment. Laat het duidelijk zijn. Wat volgt is louter fictie.)

Kijk eens aan: veel journalisten evolueren in een stedelijke omgeving. Ai, ai, ai. Het is soms vies op straat in de stad, er hangt schorremorrie rond op straat, die de vrouwen lastig valt. Jakkes en ontoelaatbaar ook. Iedereen is tegenwoordig een grumpy old men geworden, sommigen kunnen het eloquenter dan anderen. Journalisten nog meer. Zo'n goede, snedige rant tegen de verloederde stad, zou dus perfect in het ledenblad van de schrijvende pers passen. Naadloos aansluitend op hun specifieke leefwereldje. Een goede uitlaatklep onder soortgenoten. Daar heeft men toch eens deugd van. Geen cafépraat uiteraard, dit zou het ledenblad van de journalisten zijn. Niet mal zijn. Dit zijn die fameuze high potentials, maar ze hebben ervoor gekozen om met hun hoog potentieel de krant vol te schrijven voor een hongerloon. Noem ze weliswaar geen idealisten. Soit: hongerloon of niet: het zijn nog steeds high potentials. WTF? Dus, zéker geen cafépraat in het ledenblaadje van de Vlaamse journalisten.
Hehe. Sommige journalisten planten zich voort. (Bijvoorbeeld na een avondje café waar absoluut geen cafépraat werd verkocht, want journalisten aan de toog. Hallo?) Er is in de stad een schrijnend plaatstekort aan opvang voor de koters van de journaille - de krant schrijft zichzelf immers niet vol. Dat is zeker ook nog een mooi polemisch stukje in het ledenblad waard, misschien met mooie plaatjes van al die kindjes en hun vriendjes. MIETERS CUTE. (En voor één keer worden de kleine mannen van je netwerk fatsoenlijk gefotografeerd  Niet zoals op Facebook. Ook daar heeft men eens deugd van. Journalisten zijn niet alleen high potentials, het zijn ook estheten.)
Sommige journalisten kennen andere journalisten die werkloos zijn. Dat moet de leden ook zeker aanspreken. Journalisten zijn voorwaar solidaire, meevoelende mensen, met beide voeten stevig in de maatschappij. Mijn god! Je zou van die werkloze sukkels ook schattige plaatjes paken. CUTE². Bovendien hebben journalisten een aardig netwerk en via via zullen enkele sukkels wel aan werk raken. Ik zei het al: journalisten zijn solidaire, meevoelende mensen.
Wat ook zeker niet mag ontbreken in een ledenblad is een tripje door de tijd van toen. Toen de leden bijvoorbeeld nog aan de universiteit studeerden en ze voor de lokale studentenpers werkten. Ze zouden bijvoorbeeld ellenlange stukjes over rectorverkiezingen in hun ledenkrantje kunnen schrijven, - zoals vroeger!- want het zou hen ongetwijfeld behoorlijk boeien en hen ook nog eens teder doen terugdenken aan een tijd die nooit meer terugkomt. Bovendien is het zo boeiend. Maar echt zo intrigerend, jong. Jammer genoeg kan dan dat niet in de reguliere, generalistische pers, de meeste mensen geven geen hol om lange artikels over de rectorverkiezingen. Daarom zou zoiets perfect in het ledenboekje van de journalisten kunnen passen. Ook journalisten hebben recht op een plekje waar ze hun recht op nostalgie kunnen botvieren. Niemand hoeft in deze samenleving ooit echt volwassen te worden. Zelfs journalisten niet.
Wat kak is wanneer je journalist bent is dat je vaak het openbaar vervoer moet nemen. O. En je neemt ook vijf keer per jaar het vliegtuig. Het is zo inherent aan de levensstijl: kosmopoliet, open geest, de weekendbijlagementaliteit, quoi. Het probleem is dat er in dit land zo vaak wordt gestaakt. Hoe kan men een weekendbijlagementaliteit handhaven in een turbulent sociaal klimaat? AUW. Daar komt het: als journalist ben je de vierde macht. Je kan de publieke opinie sturen. Als je dat zou willen doen zou je echter het fatsoen hebben om dat niet in de krant te doen. Natuurlijk. Niet IEDEREEN is immers journalist in dit land. Niet IEDEREEN heeft een weekendbijlagementaliteit. Je bent een journalist: je wéét wat er in de samenleving leeft. Wanneer je dus activistische pamfletten zou willen schrijven die vooral je eigen belangengroep dienen, dan zou je die enkel in het ledenblad schrijven.
In het ledenblad ook een vast interview met Joel De Ceulaer, uitgetikt over vier bladzijden in een lay-out dat JOEL DE CEULAER spelt als je goed kijkt. MAF. Belangrijk is ook om geen buitenlands nieuws in het blaadje te zetten, want dat kost veel te veel geld. In de plaats: onvertaalde artikels van The New York Times en The Washington Post. Dat is het voordeel als je enkele voor high potentials schrijft: je hoeft die artikels zelfs niet meer te vertalen. Gewoon COPIER/COLLER/OLÉ!

Je ziet het. Er zou zo veel in zo'n ledenblad kunnen staan.
Maar het bestaat gelukkig niet, dit was slechts een onbenullig denkoefeningetje.
Want stel je eens voor!
Het zou ongetwijfeld mooi geschreven zijn, vaak zou zo'n boekje amper betrekking hebben op mijn leven. Ik ben geen journalist! Allicht zou ik het vaak in razernij willen verscheuren omwille van zoveel geruk en zelfbeklag. Of niet. Omwille van de excessieve zuurtgraad zou het zich allicht creepy zelfstandig beginnen te verteren. (Dat zou wel best cool zijn. WOW. Zoals een vleesetende plant of wat?)
In alle ernst: het zou een kutboekje zijn.
Laat ons dus op onze blote knietjes alle journalisten bedanken die het mogelijk maken dat er geen ledenblaadje van de Vlaamse journalisten bestaat. Danke schön. Á plus. You're all so wonderful.
(Ik hoop dat ik ze nu niet op foute ideeën heb gebracht. Oeps.)

vrijdag 17 mei 2013

Trechter

'Zoiets denk je, maar schrijf je toch niet. Ja.', snuift ze.
Ze is een trechter. Al haar woorden gaan langs een trechter. De manier waarop ze haar quiche binnenwerkt: brokken die één voor één netjes gedisciplineerd door een trechter worden gejaagd. Genot vernauwen tot een dunnere pijp om te kunnen genieten. Haar moeder heeft haar nooit gezegd hoe het precies moest, kunnen genieten, ze hoefde gewoon na te apen wat ze elke dag zag. Alles wat ze heeft geleerd, heeft ze ooit ergens gezien en nadien nageaapt.
'Ik heb al die meetings voor niets gedaan. Ik heb daar gewoon voor Piet Snot rijsttaarten gegeten.', vervolgt ze driftig. 'Ja.'
Haar stopwoord is ja. Ik vraag me af of ik ze daardoor alsnog gewillig zou mogen vinden, terwijl ze ontegensprekelijk over de uitstraling van een trechter beschikt. Maar dat kan. Tegenstrijdigheden zijn schering en inslag. Ik ben niet van gisteren.
Ze heeft een kastanjebruine carré, draagt een beige rolkraag en een jeans met wijde pijpen zoals tienermeisjes die droegen tijdens de late jaren negentig. Ze ziet er overigens nog steeds uit als een tienermeisje, maar eentje met een kinderwens. Ze heeft altijd een kinderwens gehad. Dat heeft men haar zo leren wensen.
Want ze is een goede leerling. Altijd al geweest. Dat ziet men zo. Niet de eerste van de klas, maar veel regelmaat. Nu werkt ze bij Interparking aan het de Brouckère-plein in Brussel. Ze heeft hard gewerkt om in Brussel te mogen werken. Brussel heeft haar daar nooit voor beloond.
'Ik doe graag overuren, maar als het niets opbrengt, pas ik. Ik word voor achtendertig uur betaald, tegenwoordig presteer ik dan ook maar achtendertig uur en dan ben ik weg. Ja. ',
Ze snauwt zo hard als een vrouw kan snauwen uit een bek die alle karakteristieken heeft van een trechter van kunststof: benepen en beverig.
Aan die trechter zijn tanden bevestigd die doen denken aan het gebit van Jacques Brel. Jacques Brel leek op een paard.
Een goede kont heeft ze ook. Zo komt het dat ik haar abusievelijk hoger had ingeschat, toen ze neer kwam ploffen en ze nog niet had gesproken. Ik schat mensen met mooie lichaamsdelen hoger in omdat ik nu eenmaal gul ben.
En dan is ze weg, heeft ze net gezegd. Wat gek. Zoiets kan men schrijven, maar in wezen is het ondenkbaar, bedenk ik.
Zij eet verder van haar quiche. Ik eet citroentaart. Ik houd niet eens van taart.


maandag 13 mei 2013

Simmen

Dit is een aap die naar de ruimte ging en nooit is teruggekeerd.
Geen mensaap, wel een danser.
Hij had niet eens handbagage bij zich.
Die aap was mijn broer niet. Mijn zuster allerminst.
Foei, quoi, maar pff...
Het was een metteko. Een woord dat ik leerde van meester Provost. Metteko is Grieks. Grieks voor vreemdeling.
Een metteko is een aapje dat graag danst.
Dit was een aap die niemand wilde- hij rook immers naar natte hond- maar de goeien willen soms meer zoals hem zijn.

Zijn naam was Aap Filemon en hij is nooit teruggekeerd.
Zijn makkers noemden hem de Fille.
Dat doet er nu niet meer toe.

Is Aap Filemon heden een satelliet? De superintendant van het ruimtewezen zegt dat de natte hond-geur van Aap Filemon dit te veel in de weg stond.
Men kan geen satelliet bouwen met natte hond, beweert hij.
Er wordt hier ernstig omgesprongen met satellieten.
Wist ik dat?

 Waar is hier precies, meneer de superintendant?

 Het treurigste is de terugkeer.
De vluchtroute in de ogen kijken.
Het wit in de schaduw van de wimpers van de nooduitgang.

Aap Filemon is nooit teruggekeerd.
Hij is een gelukzak. Hij is een danser die naar natte hond ruikt.
Dus huil, voor mij bijvoorbeeld, maar niet voor Aap Filemon.


zondag 12 mei 2013

Sommigen hebben het graag lauw

Sommigen hebben het graag lauw
en klam.
Anderen hebben een schattig lulletje
en haast.
(Schattig betekent: je hebt tenminste je best gedaan.)
Jij, je bent gesubsidieerd
waarlijk
Je hebt een flink subsidiedossier ingediend.

Sommigen hebben het graag verschroeid
en carcinogeen
Anderen lachen je uit, je hebt het door
en door.
Jij, je bent fascinerend
(Fascinerend, volgens de meest vulgaire betekenis.)
En gefascineerd- eergisteren nog een regenboog van fluostift. Hij zag er zo vals uit.
Dan weet je dat het goed is.

Sommigen zijn snel gelukkig
en gebruiken de regel van drie
Anderen, ik ken eigenlijk alleen de anderen.
Maar jij, je bent dus gesubsidieerd.
Heb jij ook altijd de man aan de andere kant van de Bancontact willen ontmoeten?
Ik ook niet. Hij stemt allicht op N-VA.

Mogen we ons achterste schoonvegen met een hoofddoek?
Mogen we faalangst hebben in plaats van televisiedetectives?
Mogen we de hand schudden van iemand die gesubsidieerd wordt?
Wie gaat vervolgens de flacon met de antibacteriële zeep wassen?

(Ik ben teleurgesteld dat niemand me dat kan zeggen.)

Sommigen hebben het graag lauw.
De meeste mensen zijn sommige mensen.
Jij, je bent gesubsidieerd.
Het zag er allemaal zo vals uit. Ja, dan weet je dat het goed is.



woensdag 8 mei 2013

You're full of shit, Voka

In de reeks You're full of shit fileer ik een interview of een opiniestuk uit de vaderlandse pers. Want als ik het niet zelf doe, zal er hier niet veel gefileerd worden. De autoregulerende machinerie van de vrije markt kan het gat weliswaar opvullen of de prutsers van de overheid, natuurlijk- Bah, de nanny state. Ugh, over mijn lijk.- , maar ik doe het dus liever zelf.

Op zeven mei gaf het Vlaams netwerk van ondernemingen een persconferentie met als slagzin 'Nog veel werk op de plank.'.
Voor deze aflevering gebruikte ik enkele citaten die ik van hun website plukte.
Maar voor ik er dieper op inga, eerst een briljant citaat van een persoonlijke heldin, Margaret Thatcher zaliger, de pausin van goed bestuur en degelijkheid.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money.  
O, Margaret! Gij, maagd van ijzer en pied de poule, ge kon het toch zo eloquent uitleggen!
En nu zijt ge dood...

Genoeg getalmd echter. Wat op de website van Voka stond was namelijk een noodkreet.
Op 25 mei 2014 zijn het zowel Vlaamse als federale verkiezingen. Er blijft dus nog maar een goed jaar over om hun regeerakkoord volledig uit te voeren. Voka heeft nogmaals de prioriteiten voor het Vlaamse bedrijfsleven opgelijst.
Ai ai ai.
Aangezien Voka enkel prioriteiten heeft die door de overheid kunnen worden uitgevoerd, beginnen ze in de Koningsstraat een beetje hun geduld te verliezen. Over één jaar zijn het verkiezingen en de overheid moet nog heel veel voor Voka doen. Als ze dat doen gaat alles veel beter gaan. Voor heel het land.
Men zou denken dat ondernemers zelf initiatieven zouden kunnen nemen om hun lot te verbeteren (temeer als ze een clubje hebben opgericht) , maar zoals Luc Bertrand, de top-CEO van Ackerman & van Haaren onlangs nog verklaarde: dit is een marxistisch land. En wie marxistisch land zegt, denkt automatisch aan planeconomie. In een planeconomie is de overheid volledig verantwoordelijk voor de economie en de ondernemingen. Het is dan ook logisch dat in een planeconomie alle input van de overheid moet komen. Bijgevolg is het maar de normaalste zaak dat het Vlaams netwerk van ondernemingen zich voor het oplossen van zijn problemen enkel tot de verkozenen van ons land richt. De politiek is in dit land namelijk de enige beslissende factor.
Dit houdt toch volledig steek, niet waar?
Concreet verwacht Voka voor de Vlaamse regering dat ze de omgevingsvergunning uitvoert, het secundair onderwijs hervormt en beslissingen neemt over cruciale wegenwerken. En de federale regering moet de loon- en energiekosten laten dalen en de staatshervorming uitvoeren.
Wauw! De overheden moeten echt nog een shitload dingen doen voor de Vokameneertjes. Niet waar? Tjonge, toch!
Voorzitter Michel Delbaere: "De regeringen hebben nog een vol jaar om actie te ondernemen. We dringen er op aan dat men die resterende tijd ook effectief gebruikt om te besturen. Dat is een noodzaak om onze economie te ondersteunen en de welvaart veilig te stellen."
Ik wil zeker niet suggereren dat het Voka aan zelfrespect ontbreekt en dat ze zich als wanhopige bedelaars gedragen. Dit gezegd zijnde, Voka verwacht zeer veel van de regeringen van ons land. Voka is zeker niet zielig, maar het netwerk voor Vlaamse ondernemers maakt toch wel zeer duidelijk dat de regeringen eindelijk iets moeten ondernemen.
Voor hen.

Laat ons nu enkele zaken rustiger bekijken.
Concreet verwacht Voka voor de Vlaamse regering dat ze de omgevingsvergunning uitvoert, het secundair onderwijs hervormt en beslissingen neemt over cruciale wegenwerken.
Heel belangrijk want:
Dat is een noodzaak om onze economie te ondersteunen en de welvaart veilig te stellen.
Ruimtelijke ordening, onderwijs en infrastructuur zijn materies die in wezen alleen de ondernemingen in dit land aanbelangen. Dat weet het kleinste kind. Onbegrijpelijk dus dat zo'n dossiers erg lang aanslepen. Terwijl je toch gewoon rationeel moet nadenken: hoe neem ik zo snel mogelijk maatregelen opdat de economie er onmiddellijk de vruchten van kan plukken.
Bovendien wil ik de onbaatzucht van de Vlaamse ondernemers loven die oprecht begaan lijken met de milieuproblematiek, het mobiliteitsvraagstuk en de jeugdwerkloosheid. Die meneertjes hebben de reputatie egocentrische geldwolven te zijn, maar we hebben ons altijd vergist. Voka geeft oprecht om al die dingen. Als dat nu niet duidelijk is weet ik het ook niet meer.



Maar. Oh-oh.
De PS   overheid subsidieert scholen waar leerlingen helemaal zelf mogen kiezen wat ze studeren. Dat is toch wel een beetje contraproductief want Voka heeft pionnetjes nodig die later in de KMO's komen werken en geen gezonde, zelfbewuste jongeren. Het is dan ook compleet belachelijk - absurd is het woord- dat gemeenschapsgelden worden aangewend zodat kinderen en jongeren zich kunnen ontwikkelen tot volwaardige individu's, terwijl ze later slechts in een KMO van Voka moeten gaan werken. Of in het beste geval zelf een KMO moeten oprichten.
Het zou dus kant nog wal raken mochten de Vlaamse ondernemingen bijvoorbeeld met eigen fondsen een opleidingscentrum starten waar ze schoolverlaters zelf klaarstomen voor hun arbeidsmarkt. Neen, dat zou immers nogal- ik weet niet?-  socialistisch zijn. En socialisme dat organiseert men met het geld van anderen, zei Margaret Thatcher. Jakkes.
Maar. Kijk eens aan!
Voka IS socialistisch, want voor al hun voorstellen hebben zij het geld nodig van anderen. En ook al is het crisis en is het geld van de anderen op, toch moet er nog meer overheidsgeld naar de ondernemingen vloeien. Het is de overheid verdomd, die creatief moet bezuinigen. Creativiteit, dat is niets voor de Vokameneertjes. Zelf ondernemen, zelf antwoorden voor de crisis bedenken: dat is de taak van de overheid.
Dit land is immers marxistisch. De overheid is hier de enige echte ondernemer. Dit is inderdaad een planeconomie, zoals ik reeds vaststelde.

Hemeltje! Niet enkel de Vlaamse regering moet naar de pijpen van Voka dansen.
En de federale regering moet de loon- en energiekosten laten dalen en de staatshervorming uitvoeren.
Haha, hier is de deus ex machina: de loonlasten.
Al jaren zegt Voka dat als ze worden verlaagd, dit land weer het land van bier en kopvlees melk en honing zal worden.
Zelfs de geoute socialisten in dit land zijn overigens tegenwoordig voorstander van een daling van de loonlast omdat deze gepaard zou gaan met een explosie aan nieuwe arbeidsplaatsen. Geweldig!
Maar bestaat er buiten cijfermateriaal van Voka en vrienden van Voka een objectief wetenschappelijk bewijs dat garandeert dat het na zo'n ook jobs zal regenen?
Neen, getuige het bierkaartje grafiekje hieronder.
Moeten we dat dan gek vinden?
Neen, het zou niet de eerste keer zijn dat socialistische beleidsmakers het bedrijfsleven in de schatkist zou laten graaien zonder dat er enige garantie tegenover staat. Nu is het alleen tijd aan Voka om aan de worst te zitten.





Welke impact een loonlastverlaging zal hebben op de schatkist, is voor Voka eveneens geen zorg. Dat paste trouwens niet meer op het bierkaartje. Zoals ik al zei: het is een kwestie van gewoon met andermans geld weg te lopen. De kraters die men achterlaat doen er niet erg toe.
De regeringen kunnen dus nog heel wat concrete acties nemen om ondernemingen te ondersteunen. Jo Libeer: “De regeringen moeten doen wat ze beloofd hebben en hun regeerprogramma afwerken. Dat betekent dat men niet in campagnemodus moet gaan, maar net een versnelling hoger moet schakelen om alle beloftes uit te voeren.”
Voka, als transparant democratisch orgaan, weet hoe moeilijk het is om niet te bezwijken aan de lokroep van de populariteit. Daarom is het zeer geloofwaardig wanneer het politieke partijen oproept om niet in campagnemodus te gaan.
Waarom zou men zich kunnen laten leiden door de wensen van het volk. Hahahaha, dat is ridicuul

In een notendop.
Volgens de definitie van Margaret Thatcher zijn de meneertjes van Voka harcore sossen.
Ik bedoel, Vlaams netwerk van ondernemers?
Denk opnieuw.
Kijk eens naar de meest gelezen items op de Vokawebsite:

Niks over zelfbeschikking, innovatie, ondernemingszin, creativiteit. Nope.
Enkel geklaag over wat de overheid voor Voka moet doen. JFK zei dat men niet mocht vragen wat de regering voor ons zou doen, maar wat wij voor de regering konden doen. Dat is zeker niet de mentaliteit bij Voka.

Voka is eigenlijk een persbureau dat fungeert als tussenpersoon tussen de bedrijven en de overheid. Waarbij de bedrijven pathologische verslaafden in nood zijn en de overheid de infusen en uppers moet laten aanrukken om hen recht te houden.
Wat een zielig boeltje!
Ik had deze analogie veel liever gebruikt warvoor ze bedoeld was, nl. om Walen te stigmatiseren, maar het is wat het is, honnepons: Voka is de ware  hangmatsocialist. Dit noopt me dus jammerlijk tot het volgende besluit:

Conclusie
Voka, you're full of shit.

zondag 5 mei 2013

You're full of shit, rabbi Malinsky, imam Maftouhi en priester Hoet

In de reeks You're full of shit fileer ik een interview of een opiniestuk uit de vaderlandse pers. Want als ik het niet zelf doe, zal er hier niet veel gefileerd worden. De autoregulerende machinerie van de vrije markt kan het gat weliswaar opvullen of de prutsers van de overheid, natuurlijk! 
(Bah, de nanny state. Ugh, over mijn lijk. )
Maar ik doe het dus liever zelf.

Een rabbi, een imam en een priester die samen een boekje schrijven: ik kan me enkele dingen voor de geest halen die nog schattiger zijn, maar ik zal het niet ontkennen: hoe mieters cute zijn oecumenische partouzes! Véry cute.
En dan zijn die gelovige troetelbeertjes ook nog alle drie afkomstig uit Antwerpen, de metropool van de haat. Hoe doen ze het? 
Om dat te achterhalen interviewde De Morgen hen vrijdag naar aanleiding van de publicatie van het tweede boek dat ze samen schreven, Trialoog.
Wel, na grondige lectuur van het interview, zeg ik dat ze dat doen dat met langue de bois, misselijkmakende zelfoverschatting, een hele rits kleingeestige tegenstrijdigheden en veel slechte wil.




De titel Trialoog doet me overigens denken aan een Frans grapje. 
-Un Suisse qui parle sur une montagne, il fait quoi?
-Il monologue!
-Deux Suisses qui parlent sur une montagne, ils font quoi?
-Ils dialoguent!
-Trois Suisses qui parlent sur une montagne, ils font quoi?
-Trois Suisses! Bein, ils cataloguent, bien sûr!
Een flauw grapje ter illustratie van de vaststelling dat ik maar weinig dialoog las in het interview. Wat echter wel sterk naar voren kwam was de tanende macht van drie zelfgenoegzame mannen en hoe ze die alsnog wilden boekstaven. Haar gecatalogeerd wilden zien, maar nooit verder gingen dan dat. Een stilzwijgende consensus uitdroegen, zonder meer. Bijgevolg bleef een echte intellectuele confrontatie uit.
Een gemiste kans.




Dit zijn dus de vertegenwoordigers van de meest intelligente grootse monotheïstische wereldgodsdiensten. God is volgens hun wereldbeeld overal en god is liefde. Maar er is ook al wat niet goddelijk is en het kwade- o la la. Dat is niet echt volledig god. Dat is niet goed. Niettemin, hoewel god allemachtig is gebeurt het toch. Men zou denken dat die god dan serieus in zijn opzet is gefaald en dat die kerels op zoek zouden gaan naar een andere, meer competente redder in nood voor de mensheid, maar zo eenvoudig is het niet. Het is zelfs in gods totaal onvermogen de boel bij elkaar te houden dat de meeste gelovigen hun geloof putten. Een god die zowel god is in zijn veronderstelde almacht en menselijk is in zijn zwakte: het klinkt prachtig, maar kan men daar een coherent intellectueel discours op bouwen? Daar valt aan te twijfelen. Er valt namelijk geen touw aan vast te knopen aan wat ik de moeder der religieuze incoherenties noem: alles is god, maar de kleine spatjes kwaadheid vallen buiten zijn verantwoordelijkheid en moeten verdomme met man en macht van de goddelijke carrosserie gepoetst worden.
Enkele citaten van deze religieuze intellectuelen, die geen intellectuelen zijn, maar ze hebben gestudeerd. (Wat doe je er dan mee? Aaaah.)


Het gebruik van geweld stijgt en de onverdraagzaamheid ook, volgens priester Hoet. Ik weet ook niet waarom elke generatie de onweerstaanbare drang heeft de nakende apocalyps af te kondigen, elke keer opnieuw. Het zou echter kunnen helpen als priester Hoet op tijd en stond eens een wetenschappelijk artikel zou lezen. Ik suggereer maar wat, over de DALING van geweld in onze samenleving, bijvoorbeeld.
Dit gezegd zijnde, ook al blaast het verval in onze nek, Hoet wil dat de mensen eindelijk eens gaan chillen. Er is geen dreiging.


Haha, maar dat is buiten rabbi Malinsky gerekend. Net als Adecco-topman De Maeseneire ziet hij Joegoslavische toestanden opdoemen. Is er dan toch een dreiging?  (Ik kondig daarbij een nieuwe trend af: de Joegoslavische toestanden zijn de nieuwe jaren dertig. Jaren dertig mocht niet van Bart De Wever. Benieuwd hoelang we dit alternatief nog gaan mogen bezigen.)  



Jawel, maar er is een oplossing: godsdienstlessen!  Malinsky wil vermijden dat de jeugd overal ten velde in de klauwen zou kunnen terechtkomen van het radicalisme en het fundamentalisme en wil dat bestrijden, niet door de jongeren zin voor kritiek en intellectuele weerbaarheid aan te leren. Neen, dat zou veel te efficiënt zijn, natuurlijk. Wat volgens hem nodig is, is indoctrinatie in gecontroleerde omgevingen door gecertifieerde geestelijken van het establishment. 



Dat hoeft niet te verbazen. Het humanisme is volgens Malinsky geen doel op zich. Deze idiote oxymoron illustreert het probleem treffend: als men de jongeren niet intellectueel ontvoogt, zullen ze van de ene herder naar de andere blijven hoppen  Een goede herder, een meer kwaadaardige herder: het is dan slechts een kwestie van subjectiviteit. De mens als ultieme maat der dingen zou als objectievere maat der dingen kunnen fungeren, maar nu ben ik aan het dromen.
(Ah, en trouwens: Etienne Vermeersch. Heeft die nog vrienden? Gaan we een pot leggen om vrienden te kopen voor Etienne?)




Djihad. Ik ken geen Arabisch, maar djihad betekent dus in het modern Arabisch heilige humanitaire operatie, zo blijkt, volgens imam Maftouhi. Ik heb andere geluiden opgevangen. Soit. Ze willen dus gewoon helpen. Hier worden ze blijkbaar opgehitst door islamistische humanitarians. Men zou een kat een kat kunnen noemen, maar dat zou te veel duidelijkheid scheppen. En duidelijkheid is de echte vijand van de geestelijke. Geweld, misleiding en oorlog zijn slechts collateral damage en hoeven bijgevolg nooit in het bijzonder bestreden te worden. Men zou er misschien de mensen mee kunnen helpen en dat is een belachelijk idee, want zoals Malinsky al zei: de mens is slechts een middel en zeker niet de maat der dingen.
Vervolgens weet iedereen dat je om te vechten in een oorlog massa's training nodig hebt. De Amerikaanse broekies die bijvoorbeeld begin jaren veertig in Europa vechten zijn gegaan, hadden bijvoorbeeld allemaal een jarenlange opleiding in West Point achter de rug. Neen, meneer de imam. Ze zijn min of meer in de oorlog gesmeten. Sommigen zijn verzopen, de anderen zwommen met moeite.
Jongeren grijpen je godsdienst aan om de wapens te grijpen, meneer de imam. Het zou misschien een idee zijn om bijvoorbeeld ondubbelzinnig duidelijk te maken dat de Koran geweld afwijst? Ik suggereer maar wat...



Nope. Want imam Maftouhi beschouwt zijn Koran als een hermetisch toverboekje. Nadien is hij verontwaardigd dat mensen uit dat onduidelijk toverboekje de foute conclusies trekken. Ahum.  Er is niets mis met toverboekjes, maar als je met je toverboekje de ambitie hebt een leiddraad te zijn voor het leven, maak het dan duidelijk of beschouw het misschien niet als een leiddraad voor het leven, maar louter als een toverboekje. Tuurlijk, kan Sharia4Belgium dan namens de islam blijven ageren. Zolang imams die mystieke dubbelzinnigheid zullen blijven onderhouden tenminste. Als je de ambitie hebt een universele godsdienst te zijn, dan heb je de verantwoordelijkheid je geschriften duidelijk en toegankelijk te maken voor al je volgelingen. Niet enkel voor academici. Als je keer op keer misbegrepen wordt, heb je verdomd de morele plicht minstens een poging te ondernemen je discours beter aan de man te brengen. Dat zou je denken.


Mis poes. Meneer Maftoufi heeft er zich min of meer bij neergelegd dat de Koran ondoordringbaar is en dat zelfs hij die nooit volledig zal begrijpen. Net zoals zijn collega Malinsky lijkt Maftouhi niet geïnteresseerd om zijn boodschap aan te passen aan de menselijke maat. Hij zit liever in een soort spiritueel vacuüm te kletsen dan echt een punt te maken voor zijn volgelingen. Dan kan je nog zo barmhartig zijn als je wil, je volgelingen hebben dan geen zak aan wat je hen zegt en dan zijn ze misschien een tikkeltje meer begeesterd door zij die de boodschap wel concreet kunnen overbrengen. Dat is geen quantumfysica.


Maar wel zolang mensen als Malinsky denken dat het onderricht van hun ondoorzichtige geschriften de oplossing is voor onze maatschappelijke problemen. De journalist (Sjoukje Smedts) onderneemt ook een poging.


Priester Hoet hult zich in socratische onwetendheid. Met wat kwade wil zou men het ook socratische hypocrisie kunnen noemen. Grappig is het allerminst. (Overigens, is de islam strikt genomen niet moderner dan het christendom?)



Nog een grapje. Volgens de Thora moeten homoseksuelen dood. Hilarisch! Ha, op overspel staat ook de doodstraf. Maar die akkefietjes worden oogluikend door de samenleving toegestaan, dus mogen de gays van de rabbi alsnog relaxen. Maar ze moeten niet denken dat ze de norm zijn, want die dreiging is reëel nu het woord homoseksualiteit al op de lagere school wordt gebezigd. Hemeltje, toch! De gotspe! Misschien omdat in ons land kinderen leven die homoseksuele ouders hebben en dat men hen niet kan doodzwijgen? Priester Hoet maakte zich daarnet nog zorgen om de stijgende angst voor de andere. De verandering zal alleszins niet van Malinsky komen. Zoveel is duidelijk.


Hij is alleszins ook te veel opgeslorpt door zijn eigen geloof. De rabbi was op bezoek in Sarajevo, het toneel van een recent Europees conflict waar joden voor een keertje amper een hoofdrol speelden. Toch grijpt hij de situatie aan om het te hebben over de holocaust te hebben. De clichés zijn er namelijk niet om uit de wereld te worden geholpen, maar om ze keer op keer te bevestigen.


Opgeslorpt is hij ook door zijn eigen project. Megalomaan Idealistisch is het juiste woord, misschien. Dat het stadsbestuur niet de tijd neemt om overleg te plegen met drie obsolete instituten is volgens hem onbegrijpelijk. Een stadsbestuur dat zich niet laat bijstaan door drie mannen die zoals duidelijk is geworden, niet verder komen dan, de oplossing is meer godsdienst op school!, is uiteraard volledig het noorden kwijt. 



Eindelijk duidelijkheid. At last
Malinsky is helemaal duidelijk in zijn onduidelijkheid aangaande de scheiding van kerk en staat. Hij gaat ermee akkoord, maar ze mag ook niet te coherent worden toegepast. Immers, duidelijkheid zou alles kapot maken, niet waar. Dat wisten we al.

 
Ik eindig met een citaat van priester Hoet, die de evolutietheorie wel degelijk aanneemt, maar er toch weer die vreselijke, etherische prietpraat bijsleurt. Wat is het nu: geloof je in de evolutieleer, priester Hoet? Is het een geschiedkundige kwestie? Dit gaat over de evolutieleer, over wetenschappen, je mag voor één keertje duidelijk zijn. Dit is geen catechesekwestie. Ga ervoor. Spring in het diepe, priester Hoet!

Duidelijkheid, deze tsjeef kan het niet.
Geen erg, het zit in zijn DNA. Of het is een geschiedkundige kwestie. Of de uitdrukking van Gods liefde. Pfff, ik snap het niet.

In ieder geval. Chapeau, dat een katholiek, een moslim en een jood door één deur kunnen, zonder een nieuwe kruistocht te ontketenen. Aan de andere kant, sta me toe dit toch de normaalste zaak ter wereld vinden. Net zoals een helder en eerlijk intellectueel discours dat zouden moeten zijn. Helaas.
Zucht. Let's face it. 

Nou. Tijd voor een nieuwe conclusie!
Conclusie
Geen godsdienstoorlogje spelen en je dan maar bezig houden met boekjes schrijven is cool. Maar lieverds, kunnen jullie eens iets schrijven wat steek houdt? Met een beetje intellectuele uitdaging? Of moet ik tot het volgende kwalijke besluit komen? Jawel.
Rabbi Malinsky, imam Maftouhi en priester Hoet, you're full of shit.
(Bron: Sjoukje Smedts, 'We moeten alert zijn op Joegoslavische toestanden', De Morgen 03/05/2013)

zaterdag 4 mei 2013

You're full of shit, Patrick De Maeseneire

In de reeks You're full of shit fileer ik een interview of een opiniestuk uit de vaderlandse pers. Want als ik het niet zelf doe, zal er hier niet veel gefileerd worden. De autoregulerende machinerie van de vrije markt kan het gat weliswaar opvullen of de prutsers van de overheid, natuurlijk! 
Bah, de nanny state. Ugh, over mijn lijk. 
Dan doe ik het dus liever zelf.

Jeugdwerkloosheid is momenteel een gloeiend hip nieuwsitem. Wie er ook van wakker ligt is Patrick De Maeseneire, CEO van de kosmopolitische uitzendgroep Adecco (actief in meer dan zestig landen). Voorwaar een succesvolle Blanc Bleu Belge. Hoezee. (Ik ga hier niet de nederige Belg uithangen. Proficiat, Patrick. Het is u van harte gegund.)
De Morgen interviewde hem voor de weekendkrant. 'We dreigen een generatie te verliezen.', kopt het interview onheilspellend.


Trakteert De Maeseneire ons gewapend met zijn indrukwekkende expertise op diepgravende inzichten?
Dat is subjectief.
Kletst hij uit zijn nek?
Hé, de aandeelhouders van Adecco betalen hem 4,8 miljoen euro per jaar. Wat had je gedacht?
Houdt wat hij zegt enigszins steek?
Nou, hij is allicht gewoon een beetje verward. (Niet achterlijk! Verward.) Het wordt gauw duidelijk. Enkele citaten.


Het artikel begint met de mededeling dat De Maeseneire deze week een bewustmakingsactie rond jeugdwerkloosheid heeft opgestart. De CEO van de filantropieclub  uitzendgroep Adecco lijkt oprecht met de problematiek begaan. Hij wil helpen.
Helpen doe je niet alleen maar door te helpen. Helpen doe je ook door te preken. En hoe preek je beter dan door jezelf als de maat der dingen te nemen en zo de blijde boodschap te verkondigen?  Inderdaad, zoals het een echte filantroop CEO betaamt. Héhé! Op deze manier dus.


Door je uitzonderlijk succesvolle loopbaan als norm te bombarderen bijvoorbeeld!
De beste normen die je kan hanteren wanneer je een maatschappelijk probleem wil doorgronden, zijn natuurlijk de normen van de meest geprivilegieerden. Zij die het vertikken toe te geven dat ze misschien erg veel geluk hebben gehad en al hun triomfen toeschrijven aan hun ijzeren willetje. Aan zo'n priester wil ik me optrekken in tijden van crisis. In het woordje wanhoop zit ook hoop, niet waar.
Alle gekheid op een stokje, Meneertje De Maeseneire verklaart dat hij zijn loopbaan begon met een vakantiejob als garçon op zijn veertiende. Nu is hij CEO op zijn vijfenvijftigste.Van mini-job naar maxi-job. Dus moet dat voor de rest van de bevolking ook best lukken. Zo eenvoudig kan redeneren zijn.
Want als hij zijn carrière begon met een onderbetaalde kutjob (De Maeseneire verkiest de term mini-job) dan moet dat ook maar kunnen voor Duitse, alleenstaande moeders die vaak niet eens van die mini-job kunnen leven, ze zouden immers op een dag wel eens kunnen eindigen met een maxi-job. Het kan niet anders dat De Maeseneire als veertienjarige al tienervader was of hij zou het culot niet hebben zijn lot met die vrouwen te vergelijken. Een tienervader die bovendien in sprookjes gelooft, want hij lijkt er prat op te gaan dat iedereen die mini-jobs uitvoert dat doet in afwachting van een grote, imminente maxi-job. Men zou denken dat hij als CEO van Adecco weet dat de arbeidsmarkt niet overwegend maxi-jobs bestaat, maar De Maeseneire is tienervader geweest. Dat heeft zijn blik op de wereld duidelijk veranderd.
En zijn kinderen hebben zelfs ook een mini-job gedaan om te weten wat werken is! Iedereen weet immers dat kinderen die een mini-job moeten doen om te leren wat werken is, echt weten wat werken is.


Overigens, wat jij hiervan vindt maakt hem niets uit. Of je een McJob hebt of niet, wat is het verschil. Echt? Volgens de grote schaal der dingen. Denk er eens aan.


Mensen willen niet gelijk zijn, oppert De Maeseneire. Dat hij niet bepaald een voorstander van een egalitaire samenleving zou zijn, had ik zien aankomen. Dat hij ook nog eens een intentieproces maakt voor de algehele mensheid, verbaast me evenmin. Hij maakte al duidelijk dat hij de maat der dingen was. Het communistische alternatief heeft misschien niet gewerkt, hier hebben we alleszins een man die in onze plaats denkt met dezelfde empathie van een secretaris-generaal van het Centraal Comité van de voormalige Sovjetunie. Het communisme zal nooit echt vergaan!


De oplossing dan. Het komt er op neer dat we onze bevolking een hongerloon competitief loon moeten uitbetalen. Dan komen de bedrijven terug en is de werkloosheid verleden tijd. In tussentijd vermoed ik dat het in dit economisch klimaat vanzelfsprekend voor iedereen maxi-jobs zal beginnen regenen. (Preek, De Maeseneire, preek)
Als tienervader is De Maeseneire schijnbaar niet alleen zijn onschuld verloren, ook zijn geweten. Een morele kanttekening bij het feit dat men in Cambodja zestig eurocent per uur kan verdienen, zit er voor onze succesvolle bedrijfsleider niet in.


De journalist (Johan Corthouts) heeft ook geprobeerd. Neen, het zit echt niet in. Tegen de wet van Newton in volhardt ie.


De lonen doen dalen werkt echt, lezer! Ik weet niet welke kranten De Maeseneire leest- ik vermoed dat hij zijn kranten oprookt. En zijn kranten zijn duidelijk goed spul.


Ik ben dit interview beginnen lezen in de overtuiging dat De Maeseneire oprecht aangegrepen was door de torenhoge jeugdwerkloosheidscijfers. Maar ik lees weinig medelijden en vooral angst voor opstand. De geschiedenis leert ons dat zelfs iemand als Marie-Antoinette, pre-revolutie, enigszins begaan was om haar noodlijdende landgenoten, maar eens de kak de ventilator ernstig had geraakt was ze er als de kippen bij om haar privileges en die van haar familie veilig te stellen. Tevergeefs. Laat ons zeggen dat sociale onrust De Maeseneire enkel bezig houdt omdat hij ontzettend empatisch is en niet zoals de Franse koningin omdat zijn vette jaren ook eens voorbij zouden kunnen zijn. Toch?


Hij is echt heel bang, want de oorzaak van de Balkanoorlog moeten we tegenwoordig blijkbaar zoeken in jeugdwerkloosheid. (En te denken dat geschiedenis altijd één van mijn sterkste vakken was.) Niet omdat de Serviërs en de Kroaten onverdraagzame klootzakken waren. Men leert elke dag bij met CEO van Adecco.


Ah, ik had het fout begrepen. Onze lonen moeten niet even laag zakken als in China. FIOEW. (Maar wat bedoelde hij dan daarnet?)


Nom de dieu! Zelfs het marxistische Frankrijk is competitiever dan België. Zo competitief dat Franse studenten en masse in onze universiteiten zitten en zich massaal in onze ziekenhuizen laten verzorgen omdat men in België de belastingen natuurlijk zomaar doelloos verbrast en de overheid geen enkele dienst tegenover die torenhoge belastingen stelt.


Ha, Goldman Sachs was dus de schuilnaam van het voormalige Belgische ministerie van financiën, zo blijkt. Clever, niemand had het in de mot. Wij dachten dat het een BANK was. Met De Maeseneire leer je zoals ik al zei, zoveel bij!


O. Heb ik daarnet gesuggereerd dat De Maeseneire niet empatisch was. Mijn excuses. Toen hij een jaar geleden verklaarde dat de dertiende vakantiemaand moest afgeschaft, begreep hij niet waarom de mensen met mini-jobs boos waren op hem. Dat deed veel pijn. Maar hij is geen watje. Geen Prozac voor meneertje. Want als je iets hard genoeg wil, dan lukt het vanzelf natuurlijk. Dat wisten we al.


Eerst beweert De Maeseneire dat je niet depressief wordt als je graag je werk doet.


Even later beweert hij dat gezondheid en zijn twee kinderen de enige geluksfactoren zijn die er toe doen. Terwijl u dit aan het lezen bent, doe ik allicht nog steeds mijn uiterste best om het te geloven. In tussentijd LIAR, LIAR, PANTS ON FIRE!

Conclusie
Dit was. verwarrend. Meneer De Maeseneire is verwarrend, maar vooral
He's full of shit.

(bron: Johan Corthouts, 'We dreigen een generatie te verliezen', De Morgen 04/05/2013)