Even een denkoefening.
Stel je voor dat er een magazine bestond speciaal afgestemd op het niche van de Vlaamse journalist. (Als ik magazine zeg, bedoel ik zo'n ledenblaadje. Met een te krakkemikkig design om professioneel te zijn, maar te pretentieus om oprechte nederigheid uit te stralen.)
Wat zou er dan in zo'n ledenboekje kunnen staan?
(Geen paniek, dit is maar een denkoefening. Er is in dit huidige klimaat helemaal geen geld om een publicatie op de markt te brengen afgestemd op zo'n piepklein segment. Laat het duidelijk zijn. Wat volgt is louter fictie.)
Kijk eens aan: veel journalisten evolueren in een stedelijke omgeving. Ai, ai, ai. Het is soms vies op straat in de stad, er hangt schorremorrie rond op straat, die de vrouwen lastig valt. Jakkes en ontoelaatbaar ook. Iedereen is tegenwoordig een grumpy old men geworden, sommigen kunnen het eloquenter dan anderen. Journalisten nog meer. Zo'n goede, snedige rant tegen de verloederde stad, zou dus perfect in het ledenblad van de schrijvende pers passen. Naadloos aansluitend op hun specifieke leefwereldje. Een goede uitlaatklep onder soortgenoten. Daar heeft men toch eens deugd van. Geen cafépraat uiteraard, dit zou het ledenblad van de journalisten zijn. Niet mal zijn. Dit zijn die fameuze high potentials, maar ze hebben ervoor gekozen om met hun hoog potentieel de krant vol te schrijven voor een hongerloon. Noem ze weliswaar geen idealisten. Soit: hongerloon of niet: het zijn nog steeds high potentials. WTF? Dus, zéker geen cafépraat in het ledenblaadje van de Vlaamse journalisten.
Hehe. Sommige journalisten planten zich voort. (Bijvoorbeeld na een avondje café waar absoluut geen cafépraat werd verkocht, want journalisten aan de toog. Hallo?) Er is in de stad een schrijnend plaatstekort aan opvang voor de koters van de journaille - de krant schrijft zichzelf immers niet vol. Dat is zeker ook nog een mooi polemisch stukje in het ledenblad waard, misschien met mooie plaatjes van al die kindjes en hun vriendjes. MIETERS CUTE. (En voor één keer worden de kleine mannen van je netwerk fatsoenlijk gefotografeerd Niet zoals op Facebook. Ook daar heeft men eens deugd van. Journalisten zijn niet alleen high potentials, het zijn ook estheten.)
Sommige journalisten kennen andere journalisten die werkloos zijn. Dat moet de leden ook zeker aanspreken. Journalisten zijn voorwaar solidaire, meevoelende mensen, met beide voeten stevig in de maatschappij. Mijn god! Je zou van die werkloze sukkels ook schattige plaatjes paken. CUTE². Bovendien hebben journalisten een aardig netwerk en via via zullen enkele sukkels wel aan werk raken. Ik zei het al: journalisten zijn solidaire, meevoelende mensen.
Wat ook zeker niet mag ontbreken in een ledenblad is een tripje door de tijd van toen. Toen de leden bijvoorbeeld nog aan de universiteit studeerden en ze voor de lokale studentenpers werkten. Ze zouden bijvoorbeeld ellenlange stukjes over rectorverkiezingen in hun ledenkrantje kunnen schrijven, - zoals vroeger!- want het zou hen ongetwijfeld behoorlijk boeien en hen ook nog eens teder doen terugdenken aan een tijd die nooit meer terugkomt. Bovendien is het zo boeiend. Maar echt zo intrigerend, jong. Jammer genoeg kan dan dat niet in de reguliere, generalistische pers, de meeste mensen geven geen hol om lange artikels over de rectorverkiezingen. Daarom zou zoiets perfect in het ledenboekje van de journalisten kunnen passen. Ook journalisten hebben recht op een plekje waar ze hun recht op nostalgie kunnen botvieren. Niemand hoeft in deze samenleving ooit echt volwassen te worden. Zelfs journalisten niet.
Wat kak is wanneer je journalist bent is dat je vaak het openbaar vervoer moet nemen. O. En je neemt ook vijf keer per jaar het vliegtuig. Het is zo inherent aan de levensstijl: kosmopoliet, open geest, de weekendbijlagementaliteit, quoi. Het probleem is dat er in dit land zo vaak wordt gestaakt. Hoe kan men een weekendbijlagementaliteit handhaven in een turbulent sociaal klimaat? AUW. Daar komt het: als journalist ben je de vierde macht. Je kan de publieke opinie sturen. Als je dat zou willen doen zou je echter het fatsoen hebben om dat niet in de krant te doen. Natuurlijk. Niet IEDEREEN is immers journalist in dit land. Niet IEDEREEN heeft een weekendbijlagementaliteit. Je bent een journalist: je wéét wat er in de samenleving leeft. Wanneer je dus activistische pamfletten zou willen schrijven die vooral je eigen belangengroep dienen, dan zou je die enkel in het ledenblad schrijven.
In het ledenblad ook een vast interview met Joel De Ceulaer, uitgetikt over vier bladzijden in een lay-out dat JOEL DE CEULAER spelt als je goed kijkt. MAF. Belangrijk is ook om geen buitenlands nieuws in het blaadje te zetten, want dat kost veel te veel geld. In de plaats: onvertaalde artikels van The New York Times en The Washington Post. Dat is het voordeel als je enkele voor high potentials schrijft: je hoeft die artikels zelfs niet meer te vertalen. Gewoon COPIER/COLLER/OLÉ!
Je ziet het. Er zou zo veel in zo'n ledenblad kunnen staan.
Maar het bestaat gelukkig niet, dit was slechts een onbenullig denkoefeningetje.
Want stel je eens voor!
Het zou ongetwijfeld mooi geschreven zijn, vaak zou zo'n boekje amper betrekking hebben op mijn leven. Ik ben geen journalist! Allicht zou ik het vaak in razernij willen verscheuren omwille van zoveel geruk en zelfbeklag. Of niet. Omwille van de excessieve zuurtgraad zou het zich allicht creepy zelfstandig beginnen te verteren. (Dat zou wel best cool zijn. WOW. Zoals een vleesetende plant of wat?)
In alle ernst: het zou een kutboekje zijn.
Laat ons dus op onze blote knietjes alle journalisten bedanken die het mogelijk maken dat er geen ledenblaadje van de Vlaamse journalisten bestaat. Danke schön. Á plus. You're all so wonderful.
(Ik hoop dat ik ze nu niet op foute ideeën heb gebracht. Oeps.)





































